ben je professional

Sporters onderling doen er niet zo moeilijk over; reacties van het publiek zijn het probleem. Kijk bijvoorbeeld eens naar hockey, daar staan geen hoge hekken om het veld. Het probleem is het soort publiek: hooligans, maar die vormen geen doorsnede van de bevolking. Voetbal is echt een volksding.

Eric Swinkels, schutter

feiten

Uit bestaand onderzoek komen de volgende gegevens naar voren over de situatie van homoseksuelen in de sport. Onderaan de pagina staan de links naar de volledige publicaties. 

Discriminatie en vervelende opmerkingen 

  • 9% van de sporters heeft te maken gehad met discriminatie vanwege homoseksualiteit; 27% op straat, 15% bij het uitgaan, 12% op het werk, 11% op school, 6% in het openbaar vervoer, 5% in winkels of winkelcentra en 17% elders. (Weinig over de schreef, SCP) 
  • 15% procent van de homoseksuele sporters gaf aan te maken te hebben gehad met homo-onvriendelijke bejegening, en 6% van de lesbische sporters. (Het gaat om de sport, Mulier Instituut ).
  • Eén op de vijf sporters is in de afgelopen drie jaar getuige geweest van vervelende opmerkingen of grappen over (vermeende) homoseksualiteit. Mannelijke sporters vaker dan vrouwelijke sporters. (Sport in het kort, Mulier Instituut). 
  • Teamsporters hebben vaker te maken met opmerkingen over homoseksualiteit dan duosporters, en duosporters op hun beurt weer meer dan solosporters. (Een gele kaart voor de sport, SCP). 
  • Sporters en publiek gebruiken homo tijdens de sport vaak als scheldwoord, vooral mannen. Dat is onwenselijk, want negatieve uitlatingen over homoseksualiteit zijn een aanzet tot discriminatie op basis van seksuele voorkeur. Dat is wettelijk verboden. (Een gele kaart voor de sport, SCP).

 Sociale uitsluiting en verzwijgen van geaardheid 

  • Homoseksuele sporters voelen zich vaak buitengesloten door heteroseksueel getint taalgebruik tijdens teambuilding en gezellig samenzijn buiten de wedstrijden. (Een gele kaart voor de sport, SCP) 
  • Mannelijke homoseksuelen verbergen hun geaardheid in de sport vaker dan bijvoorbeeld voor hun familie en vrienden. (Een gele kaart voor de sport, SCP). 
  • Sport is de maatschappelijke sector waar het hoogste percentage niet uit de kast is. (Het gaat om de sport,  Mulier Instituut). 
  •  Er is weinig sprake van openlijke vijandigheid maar homo- en biseksualiteit wordt ervaren als bron van ongemak, onzekerheid of schaamte. (Omdat ze zo ontzettend hetero zijn, SCP) 
  • Homoseksualiteit verhindert volledige sociale acceptatie. (Omdat ze zo ontzettend hetero zijn, SCP) 

Homoseksuelen sporten anders 

  • Homoseksuelen sporten niet minder dan heteroseksuelen, maar doen wel andere sporten (Het gaat om de sport, Mulier Instituut). 
  • Homomannen sporten meer individueel en meer commercieel gericht. Ze doen minder aan team- en contactsport en zijn minder betrokken bij sportverenigingen en vrijwilligerswerk. Ze doen vaker sporten die populair zijn bij heterovrouwen. (Het gaat om de sport, Mulier Instituut). 
  • Lesbische vrouwen doen iets vaker teamsporten, ze doen net als homomannen ook minder aan contactsporten. Ze doen vaker sporten die populair zijn bij heteromannen. (Het gaat om de sport, Mulier Instituut).

 Links naar de volledige onderzoeken 

  • Het gaat om de sport. Een onderzoek naar de sportdeelname van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen,  door J. Janssens, A. Elling en J. van Kalmthout, WJH Mulier Instituut 2003.   
  • Omdat ze zo ontzettend hetero zijn. Ervaringen van homoseksuele hockeyers en fitnessers door David Bos, in: S. Keuzenkamp e.a. Gewoon doen. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland, Sociaal en Cultureel Planbureau 2006.
  • Een gele kaart voor de sportEen quick scan naar wenselijke en onwenselijke praktijken in en rondom de breedtesport, door Annet Tiessen-Raaphorst en Koen Breedveld, Sociaal Cultureel Planbureau 2007.
  • Weinig over de schreef. Een onderzoek naar onwenselijk gedrag in de breedtesport, door Annet Tiessen-Raaphorst e.a., Sociaal en Cultureel Planbureau 2008. 
  • Sport in het kort. Het Nationaal Sport Onderzoek, door A. Elling, K. Breedveld en  R. van der Meulen, WJH Mulier Instituut 2007.